Tips bij het plaatsen van gipsplaten

Gipsplaten zijn een geliefd materiaal van doe-het-zelvers. Hieronder volgen wat tips die jou helpen om een mooi resultaat te behalen.

 

Tip 1: Voegen bij goede weersomstandigheden. Begin pas met het voegen en afwerken van de gipsplaten als de temperatuur en de vochtigheid van het lokaal in de buurt liggen van deze die in de toekomst in het gebouw van toepassing zullen zijn. Met andere woorden, het is geen goed idee om gipsplaten af te werken als de woning nog niet wind- en regendicht is of onder koude of vochtige omstandigheden. Dit kan leiden tot barstjes ter hoogte van de voegen.
Tip 2: Voldoende stabiele ondergrond. Om een barstvrij oppervlak te verkrijgen, moeten gipsplaten toegepast worden op een stabiele ondergrond. In het geval van gipsplaten onder een dakconstructie is het daarom aan te raden om een metalen of houten regelwerk aan te brengen om eventuele zettingen en spanningen van de dakconstructie op te vangen.
Tip 3: Goede afwerking aan aansluiting met andere materialen. Je dient steeds te vermijden dat een wand of plafond uit gipsplaten 'ingeklemd' wordt tussen de andere bouwkundige vlakken van het gebouw. Hierdoor kan het risico van barstvorming (bv. door veranderingen van vochtigheid en temperatuur) gevoelig verminderd worden. Daar waar een gipsplaat een ander bouwonderdeel raakt (bv. een bepleisterde muur of plafond), moet men het plafond vrijmaken. Concreet kan men dit verwezenlijken door het voorzien van een brede en decoratieve voeg (de zogenaamde schaduwvoeg), het vrijsnijden van het voegproduct met behulp van een soepel mes of het voorzien van een scheidingsband die voorafgaandelijk tegen het bouwonderdeel gekleefd wordt (na de voegwerken wordt het deel van de band dat uitsteekt eenvoudig weggesneden).
Tip 4: Gebruik een dikkere gipsplaat. Dunne gipsplaten zijn gevoeliger voor doorbuigingen en vervormingen dan dikkere gipsplaten. Het is aan te raden om een plaat van minstens 12,5 mm dik te gebruiken op een draagstructuur uit hout of metaal.
Tip 5: Correct voegen van de randen. Om een vlakke wand of plafond te verkrijgen moeten de voegen correct opgevoegd worden. Het aanbrengen van het voegproduct gebeurt doorgaans in meerdere arbeidsgangen. Hierbij moet de minimale uithardingstijd van de onderliggende lagen steeds gerespecteerd worden. Perfecte gladde en vlakke oppervlakken worden verwezenlijkt door het gehele plafond of wand van een dunne en gepaste afwerklaag te voorzien. Deze afwerklaag kunnen wij desgewenst voor je aanbrengen.

Wil je liever geen zorgen dan kunnen wij het eventueel voor je regelen.